Frans Bleiji

Zijn er nu voorwerpen op het doek geplakt of geprikt.
Het heeft er alle schijn van, je buigt je voorover en wilt onwillekeurig met je vingers voelen of er nu werkelijk een punaise in het doek is gestoken of niet.
Niet dus.
Een van de vele opmerkelijke reacties op het werk van Frans Bleiji, een ver- wijzing naar het trompe-l’oeil. Gebruikmakend van de techniek van het clair-obscur en vooral van de trompe- l’oeil slaagt Frans er in om op adembenemende wijze de essentie van het onderwerp en de onderliggende gedachte te verwoorden.
Maar hij is er de kunstenaar niet naar om zich vast te leggen op een bepaalde manier van werken, vooropgesteld dat ten alle tijden het realisme er onderdeel van uit moet maken. Welke weg hij dan ook bewandeld, het realisme is altijd onderdeel van het nieuwe traject Recent werk is dan de samensmelting van “op Mondriaan geijkt werk” en daar dan het realisme in verwerkt, een serie werken die hij dan wil betitelen als “hand in hand”. En wat hij dan ook maakt, veel zaken komen dan ook iedere keer weer bij elkaar samen, want wat dan toch zeker even vernoemd dient te worden is het gegeven dat Frans in zijn werk de derde dimensie zoekt, de derde dimensie op het platte vlak wat hem dan in een krantenartikel de bijnaam “de schaduw- tovenaar” heeft opgeleverd.
Frans is auto-didact en heeft zich na een verblijf van ruim een jaar op de Koninklijke Academie te Den Haag zich zelf alles aangeleerd daar de ingeslagen weg op de academie niet de zijne was.