Mark van Doorn

Het werk van Mark van Doorn (1979) is te verdelen in een drietal
richtingen: schilderijen, werken op (of eigenlijk van) papier en
assemblages. Bij alle benaderingen draait het werk om ritme en
beweging, om lijnen en krullen; geïnspireerd door de beweging van
de natuur. Toch lag de nadruk tot nu toe vooral op het schilderen.

Deze tentoonstelling markeert een kruispunt in de ontwikkeling van
zijn werk: het lijnenspel op papier krijgt de volledige
aandacht. In de serie ‘wit’ lag de focus vooral op de act van het
schilderen, waarbij de schilderijen door de intensieve behandelingen van de verf een
ritmisch patroon vormen dat verwijst naar zowel het wuiven van
het graan, het ruisen van de bomen als het lyrisch-abstracte
schilderwerk van Jackson Pollock: waar de verf enkel zichzelf dicteert. In zijn nieuwe werk
heeft Mark van Doorn de verf – tijdelijk – verlaten. Het ritme en het wit is er nog steeds, alleen
bestaat het nu uit lijnen op papier. Niet geschilderd en ook niet getekend, maar tot stand
gekomen door lijnen in het witte vel te drukken; horizontaal, verticaal of een combinatie van
beide. Het licht speelt hierbij een belangrijke rol. Natuurlijk is licht een onontbeerlijke factor
voor alle kunst, maar bij deze serie is het van extra belang in het kijken naar het werk. Doordat
het een spel van vormen is, van hoogteverschillen, heuvels en geulen, verandert het werk zodra
het licht verschuift: loop langs het werk, en dat wat eerst een duidelijke lijn leek verdwijnt nu
in het niets; en uit het egaal witte vlak komt langzaamaan een lijn tevoorschijn.

Opvallend aan dit lijnenspel is de lichte dissonant die zich manifesteert in de richting van de
lijnen: net niet horizontaal en verticaal. Ze willen wel maar het lukt ze niet. Althans, zo lijkt
het. Naar eigen zeggen speelt Van Doorn een spel met de kijker, hij
zoekt de grens van de verwachting. Deze subtiele afwijkingen worden
pas duidelijk als je het werk even op je in laat werken. Doordat de invalhoek van de het licht een
grote rol speelt – en de lijnen voortdurend verschijnen en verdwijnen, afhankelijk van je positie ten opzichte van het werk
– vult je verwachtingspatroon de richting van de lijn in, en creëert je bewustzijn een
horizontale of een verticale beweging. Soms nog voordat de lijn duidelijk zichtbaar is. Het doet
denken aan het werk van Piet Mondriaan en Theo van Doesburg, en de strijd die ze voerden in de
jaren twintig over de juistheid van de rechte lijn: het gebruik van diagonalen door Van Doesburg
was in de optiek van Mondriaan onacceptabel.
Dat het werk enkel uit een drager bestaat, en door de het licht en de beweging van de kijker tot
stand komt, wordt nog duidelijker tot uitdrukking gebracht door de serie van polaroid foto’s die de
papierwerken begeleiden.
Fotografie is immers het medium waarbij het licht het werk is:
materie is overbodig. Van Doorn maakt polaroids van de zijn werken. De zichtbaarheid van de
lijnen in het papier wordt hierdoor gefixeerd, tegelijkertijd wordt ook ijle en tijdelijke
karakter benadrukt: een polaroid wordt slechts langzaamaan zichtbaar en zal ook zeer
geleidelijk weer verdwijnen.Mark van Doorn geeft deze kant van zijn werk de titel ‘retoucher’ mee, om aan te geven dat alles kan
veranderen en niets vaststaat.
Kleine veranderingen brengen grote gevolgen met zich mee.